Hout, hennep, vlas, stro: bouwen met materialen die gewoon weer aangroeien is de laatste jaren flink populair geworden. Biobased bouwen heet dat. Het klinkt goed, maar wat betekent het nou echt voor jouw huis? En is het altijd de slimste keuze?
In dit artikel lees je wat biobased bouwen precies is en waarom deze materialen zich anders gedragen dan steen en beton. Je ziet welke soorten er zijn en waar je ze meestal voor gebruikt. Daarna gaan we in op de vraag wanneer biobased echt iets oplevert, wanneer je beter iets anders kiest en wat je er ongeveer voor betaalt. Aan het eind weet je of het bij jouw plannen past.
Wat biobased bouwen precies betekent
Biobased materialen komen uit planten of dieren en groeien opnieuw aan. Denk aan hout, hennep, vlas, stro, schapenwol, riet, kurk en vlokken van oud papier. Daar tegenover staan materialen als beton, baksteen, staal en de meeste kunststoffen. Die worden gewonnen of gemaakt bij hoge temperaturen, en dat kost veel energie.
Eén ding is handig om te weten: biobased is niet hetzelfde als gerecycled of circulair, ook al vallen die woorden vaak in dezelfde zin. Gerecycled betekent dat een materiaal een tweede leven krijgt. Circulair gaat over wat er aan het einde van de rit met het materiaal gebeurt. Biobased zegt alleen iets over de grondstof: die groeit terug.
Of biobased in jouw geval de slimste keuze is, hangt af van je plannen, je budget en de opbouw van je woning. Ga je nieuw bouwen of flink verbouwen, dan bespreek je dat meestal met de partij die het ontwerp maakt. Een architect Utrecht die gespecialiseerd is in duurzaam bouwen, weet bijvoorbeeld precies welk materiaal bij welk bouwdeel past. Voor een kleinere klus kun je die keuze prima zelf maken, zolang je weet waar je op moet letten.
Wat maakt deze materialen anders?
Ze houden koolstof vast
Een plant haalt tijdens het groeien CO2 uit de lucht. Die koolstof zit daarna in het hout, de hennepvezel of de strobaal. Zolang het materiaal in je huis zit, blijft het daar dus opgeslagen. Bij beton gebeurt het omgekeerde: de productie kost veel energie en stoot CO2 uit. Je huis wordt er niet klimaatneutraal van, maar aan het begin scheelt het wel.
Ze reageren op vocht
Biobased materialen nemen vocht op als de lucht vochtig is en geven het weer af als de lucht droger wordt. Dat vlakt de pieken af en zorgt voor een prettiger binnenklimaat, zeker in de winter als de verwarming volop draait.
Daar hoort wel een voorwaarde bij: de hele opbouw van je muur of dak moet dampopen zijn. Zit er een dampdichte folie of een kunststof afwerking overheen, dan werkt het niet meer en kan vocht juist blijven hangen. Dit is precies het punt waar het in de praktijk het vaakst misgaat.
Ze houden zomerse warmte langer buiten
Dit merk je misschien wel het duidelijkst. Biobased isolatie is zwaarder en dichter dan lichte minerale isolatie. Warmte doet er daardoor langer over om erdoorheen te komen. In een zolderkamer die in juli niet te harden is, scheelt dat echt.
In de winter ontlopen ze elkaar trouwens weinig. Hennep, vlas, houtvezel en papiervlokken isoleren ongeveer net zo goed als glaswol of steenwol. Het verschil zit vooral in de zomer.
Het ontwerp doet het meeste werk
Al deze eigenschappen komen pas tot hun recht als de rest klopt. De richting waarin je woning staat, de plek en de grootte van de ramen en de manier waarop een muur is opgebouwd bepalen het grootste deel van het resultaat. Een biobased plaat in een slecht doordacht huis lost namelijk weinig op. De materiaalkeuze is de laatste stap, niet de eerste.
De materialen op een rij
Biobased is een verzamelnaam. In de praktijk kom je vooral deze materialen tegen.
| Materiaal | Waarvoor je het gebruikt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Constructiehout | Draagconstructie, wanden, vloeren en daken | Moet droog blijven en niet in de grond zitten |
| Houtvezel | Isolatie van dak, gevel en vloer | Iets duurder, maar sterk tegen zomerwarmte |
| Hennep en vlas | Isolatie in dak, wand en vloer | Werkt alleen goed in een dampopen opbouw |
| Stro | Isolatie in dikke wanden, meestal bij nieuwbouw | Vraagt een dikkere wand en een ervaren uitvoerder |
| Papiervlokken | Inblazen in spouw, dak en vloer | Wordt machinaal ingeblazen, dus echt vakwerk |
| Schapenwol | Kieren, kozijnen en lastige hoeken | Vrij prijzig voor grote oppervlakken |
Welk materiaal je kiest, hangt af van het bouwdeel. Voor een dak liggen houtvezel of papiervlokken voor de hand. Voor een nieuwe aanbouw is een houten skelet met hennep of vlas heel gebruikelijk.
Wanneer biobased bouwen echt loont
Bij nieuwbouw of een aanbouw
Hier heb je de meeste vrijheid. Je bepaalt zelf de constructie, de dikte van de wanden en de manier waarop alles wordt afgewerkt. Een houten skelet wordt vaak in een werkplaats gemaakt en op de bouwplaats in elkaar gezet. Dat gaat snel en geeft weinig overlast. Een houten constructie is bovendien lichter dan steen, en op slappe grond scheelt dat in de fundering.
Als je dak, vloer of gevel toch al opengaat
Ga je verbouwen of isoleren? Dan betaal je de arbeid en de afwerking sowieso. Het verschil in materiaalprijs valt op het totaal dan vaak mee. Juist op zo’n moment is de overstap naar biobased het makkelijkst te maken.
Als het boven te warm wordt
Zolderkamers, dakkapellen en uitbouwen met veel glas worden in de zomer snel te warm. Zwaardere biobased isolatie in het dak houdt de warmte langer tegen. Het is geen airco, maar het verschil is merkbaar.
Wanneer je beter iets anders kiest
Biobased is niet overal de beste optie, en dat is prima. Onder de grond is het geen goed idee. In de fundering, een kelder of een keermuur horen materialen die goed tegen vocht kunnen. Hetzelfde geldt voor plekken die permanent nat of vochtig zijn, zoals de onderkant van een gevel.
Wordt een constructie zwaar belast terwijl er weinig ruimte is, bijvoorbeeld bij een grote overspanning, dan is staal of beton vaak logischer. En kun je de opbouw om een andere reden niet dampopen maken, dan verlies je een groot deel van het voordeel.
Tot slot: als het ontwerp of de detaillering niet klopt, redt een biobased materiaal je niet. Zorg dan eerst voor een goede oplossing en kies pas daarna het mooiste materiaal.
Wat kost het?
Eerlijk verhaal: biobased isolatie is per vierkante meter duurder dan glaswol of steenwol. Hoeveel precies verschilt sterk per materiaal, per dikte en per leverancier, dus vraag altijd een offerte op voor jouw situatie.
Kijk daarbij wel naar het totaal. Bij een verbouwing zit een groot deel van de rekening in arbeid, steigers, afwerking en afvoer. Het materiaal is daar maar een deel van. Bij houtbouw kan de kortere bouwtijd een stuk van het prijsverschil terugverdienen, omdat er minder weken op de bouwplaats nodig zijn.
En denk aan de jaren erna. Een dak dat in de zomer koel blijft en een binnenklimaat dat prettig aanvoelt, tellen ook mee. Die zie je alleen niet terug op de offerte.
Zo pak je het aan
Begin bij de vraag wat je wilt oplossen. Is het een koude slaapkamer, een te warme zolder, een hoge energierekening of een aanbouw die er toch komt? Het antwoord bepaalt welk bouwdeel je aanpakt en welk materiaal daarbij past.
Vraag daarna niet alleen naar het materiaal, maar naar de hele opbouw. Wat komt er aan de binnenkant, wat aan de buitenkant en hoe wordt vocht afgevoerd? Dat gesprek is belangrijker dan de naam op de verpakking.
En kies een uitvoerder die er al vaker mee heeft gewerkt. Biobased materialen zijn niet ingewikkeld, maar ze vragen wel om iemand die weet hoe ze zich gedragen. Doe je dat, dan bouw je een huis dat prettig aanvoelt en dat nog jaren meegaat.


