Nieuwe kansen voor de coöperatie

Kalkbreite innenhof c Volker Schopp Geplaatst op 27 - 6 - 2018

In CPO-projecten worden woningen gemeenschappelijk ontwikkeld. Als het project eenmaal klaar is, gaan de woningen over in privaat eigendom. Elders in Europa worden vergelijkbare projecten ook gemeenschappelijk beheerd. Ook in Nederland is dat een welkome aanvulling op het CPO-palet.

Waarom gaan de woningen in CPO-projecten na oplevering altijd naadloos over in privaat eigendom? In Denemarken, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland en België denkt men daar vaak anders over. Veel projecten laten zien dat woningen niet alleen gemeenschappelijk ontworpen en ontwikkeld hoeven te worden. Ze kunnen met een mooi en blijvend resultaat ook gemeenschappelijk worden beheerd in bewonersverenigingen. Deze coöperaties werken zonder winstoogmerk en garanderen een huurprijs op kostenprijsniveau. De leden zijn aandeelhouder van de coöperatie. Deze projecten blinken uit door blijvend lage woonlasten, een hoge kwaliteit van de buitenruimte, veel gemeenschappelijke ruimte, relatief beperkte privéruimte en bovenal: veel gemeenschapszin. De projecten verschillen onderling sterk, waardoor ze meer dan gemiddeld bijdragen aan architectonische verscheidenheid van de stad.

Like Bijlsma van SUBoffice architecten bespreekt in Archined een aantal Europese coöperatieve woonprojecten naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Bouwen aan Samenwonen’, tot 6 juni 2018 te zien in Leuven.

Volgens Bijlsma is de klassieke wooncoöperatie ook in Nederland opnieuw kansrijk, vooral onder invloed van de sterk stijgende huizenprijzen. De coöperatie legt speculatie en particuliere winst aan banden en kan daardoor de woonlasten laag houden. Als voorbeeld noemt ze Het Rotterdams Woongenootschap, dat is gestart met de ontwikkeling van een plot op de Rotterdamse Lloydpier.

 

Foto Kalkbreite, Zürich – foto Volker Schopp