Een waterpomp verplaatst water door druk op te bouwen via een ronddraaiende impeller. Die impeller zuigt water naar het midden en slingert het met centrifugaalkracht naar buiten, waardoor aan de inlaatkant een onderdruk ontstaat en aan de uitlaatkant overdruk. Door dat drukverschil stroomt water van A naar B, omhoog of door een systeem.
Het principe klinkt eenvoudig, en dat is het ook in de kern. Toch verschilt de exacte werking per type pomp. Hieronder lees je stap voor stap wat er echt binnenin een waterpomp gebeurt en welke onderdelen daarvoor zorgen.
De belangrijkste onderdelen van een waterpomp
Om te begrijpen hoe een waterpomp werkt, helpt het om eerst de drie hoofdonderdelen te kennen.
- Motor: drijft de impeller aan, meestal elektrisch (netspanning of accu) of via een verbrandingsmotor.
- Impeller: een waaier met schoepen die ronddraaien en het water in beweging brengen.
- Pompbehuizing (volute): de spiraalvormige behuizing rondom de impeller die het water opvangt en naar de uitlaat leidt.
Daarnaast heeft elke waterpomp een inlaatopening (zuigzijde) en een uitlaatopening (perszijde). Soms zit er ook een terugslagklep in, zodat water niet terugstroomt als de pomp stopt.
Hoe werkt een waterpomp stap voor stap?
De werking van een standaard centrifugaalpomp, veruit het meest gebruikte type, verloopt zo:
- De motor start. De elektromotor of verbrandingsmotor zet de as in beweging, en de impeller gaat ronddraaien.
- Water wordt naar het midden gezogen. Door de draaiende schoepen ontstaat er een onderdruk in het midden van de impeller. Water stroomt via de inlaat naar dat lage-drukgebied toe.
- Centrifugaalkracht slingert het water naar buiten. De schoepen geven het water vaart. Het water beweegt van het midden naar de buitenkant van de impeller met steeds hogere snelheid.
- De pompbehuizing vangt het water op. De spiraalvormige behuizing vertraagt het snelle water. Die snelheidsafname zet om in drukopbouw (volgens het principe van Bernoulli).
- Water verlaat de pomp via de uitlaat. Met genoeg druk stroomt het water verder door het systeem, omhoog naar een tank, door leidingen of naar een kraan.
Dit proces herhaalt zich continu zolang de pomp draait. Zodra de motor stopt, stopt ook de drukopbouw en stroomt water alleen nog terug als er geen terugslagklep aanwezig is.
Zelfaanzuigend of niet?
Een gewone centrifugaalpomp werkt niet goed als de inlaatleiding droog is. Die heeft water nodig om de draaiende impeller te “voeden”. Staat de pomp hoger dan het water (bijvoorbeeld in een kelder boven een put), dan moet je de pomp eerst vullen met water voor je hem start. Dit heet voorvullen of “primen”.
Zelfaanzuigende pompen lossen dat op. Ze hebben een extra waterreservoir in de behuizing en een speciale impellerconstructie waarmee ze lucht kunnen afvoeren en toch water omhoog kunnen zuigen. Hierdoor hoef je ze niet handmatig voor te vullen. Praktisch verschil: een gewone centrifugaalpomp kan water typisch een meter of twee, drie omhoog zuigen; een zelfaanzuigende pomp haalt makkelijk zes tot acht meter zuighoogte.
Drukhoogte en capaciteit: wat bepaalt hoeveel een pomp doet?
Twee begrippen zijn belangrijk als je wil weten hoeveel een waterpomp presteert.
- Opvoerhoogte (of drukhoogte): hoe hoog de pomp water kan verplaatsen, uitgedrukt in meters waterkolom (mWK) of bar. 10 mWK staat gelijk aan 1 bar.
- Debiet: hoeveel water de pomp per minuut of uur verplaatst, uitgedrukt in liter per minuut (l/min) of kubieke meter per uur (m³/h).
Die twee waarden hangen samen. Hoe hoger de weerstand in het systeem (door hoogteverschil of lange leidingen), hoe lager het debiet. Een pompkromme in de technische specificaties laat zien hoe opvoerhoogte en debiet zich tot elkaar verhouden voor een specifieke pomp. Let hier altijd op bij de aanschaf, want een pomp met een hoog debiet maar lage opvoerhoogte is ongeschikt als je water tien meter omhoog moet pompen.
Verschillende typen waterpompen en hun werkingsprincipe
Niet elke waterpomp is een centrifugaalpomp. Er zijn ook andere principes.
- Vleugelcelpomp (volumetrisch): schoepen in een ronde behuizing vangen water op in kleine compartimenten en duwen het mechanisch naar de uitlaat. Geschikt voor hogere drukken en dikker water zoals stroop of slib.
- Membraanpomp: een flexibel membraan beweegt heen en weer en verplaatst water door afwisselend een kamer te vergroten en te verkleinen. Veel gebruikt voor schoon drinkwater of in campers en boten.
- Schroefpomp (vijzelpomp): een schroef of vijzel tilt water fysiek omhoog. Dit oude principe, toegeschreven aan Archimedes, wordt nog steeds gebruikt in rioolwaterzuiveringsinstallaties.
- Onderwaterpomp (dompelpomp): werkt op hetzelfde centrifugaalprincipe maar staat volledig onder water. De motor is waterdicht en koelt af door het omringende water.
Voor tuinirrigatie, huishoudelijk gebruik en het leeghalen van kelders is de centrifugaalpomp verreweg het meest gangbare type. De andere principes komen vooral voor in industrie, afvalwater of specifieke mobiele toepassingen.
Wil je weten welk type waterpomp past bij jouw situatie? Kijk dan naar de benodigde opvoerhoogte, het gewenste debiet en de aard van het water (schoon, vuil, of met deeltjes). Die drie factoren samen bepalen welke pomp de klus aankan.


