Kalk is een sluipend probleem. Je ziet het eerst op de douchewand, later in je waterkoker en uiteindelijk in je cv-ketel en wasmachine. Een waterontharder lost dat op, maar alleen als je het apparaat goed onderhoudt en het juiste zout gebruikt. In dit artikel lees je hoe zo’n toestel werkt, wat je zelf kunt doen en welke fouten je beter overslaat.
Hoe hard is jouw leidingwater eigenlijk?
De hardheid van water wordt uitgedrukt in Duitse graden (°dH) of in millimol per liter. Hoe meer calcium en magnesium het water bevat, hoe harder het is. In delen van Nederland komt vrij zacht water uit de kraan, in andere regio’s juist behoorlijk hard water. Je drinkwaterbedrijf publiceert de hardheid per leveringsgebied op zijn website, meestal op postcode. Dat is het eerste wat je opzoekt voordat je iets koopt.
Twijfel je? Een simpele teststrip uit de bouwmarkt geeft binnen een minuut een indicatie. Vuistregel: tot ongeveer 8 °dH merk je weinig, boven de 12 °dH zie je kalkranden terugkomen na elke schoonmaakbeurt.
Wat hard water je kost:
- Verwarmingselementen in wasmachine, vaatwasser en boiler slibben dicht en verbruiken meer energie.
- Je gebruikt meer wasmiddel, shampoo en zeep om hetzelfde resultaat te krijgen.
- Kranen, douchekoppen en glazen deuren vragen vaker een schoonmaakbeurt met zuur.
- Een cv-ketel met kalk in de warmtewisselaar gaat merkbaar korter mee.
Zo werkt een waterontharder in het kort
De meeste huishoudelijke ontharders werken met ionenwisseling. In het toestel zit een vat met hars: kleine korrels die calcium- en magnesiumionen uit het water vangen en er natriumionen voor terugsturen. Het water dat eruit komt is zachter.
Na verloop van tijd is die hars verzadigd. Dan start het toestel een regeneratie: het spoelt de hars met een geconcentreerde pekel, gemaakt van het zout in de zoutbak. De kalk verdwijnt met het spoelwater door de afvoer en de hars is weer klaar voor gebruik. Daarom heet dit zout ook wel regeneratiezout.
Hoeveel zout verbruik je?
Dat hangt af van de waterhardheid, je waterverbruik en het type toestel. Een gemiddeld gezin komt vaak uit op één tot twee zakken van 25 kilo per kwartaal. Houd de zoutbak eenvoudig in de gaten: zorg dat er altijd zout boven het waterniveau uitsteekt en vul bij voordat de bak bijna leeg is.
Tabletten of kristallen: wat kies je?
Beide vormen doen hetzelfde werk, maar ze gedragen zich anders in de zoutbak. Tabletten zijn geperst vacuümzout met een hoge zuiverheid. Ze lossen gelijkmatig op en laten weinig residu achter, waardoor de zoutbak schoon blijft. Veel fabrikanten van ontharders schrijven dit type voor. Zoek je zo’n variant, dan kom je al snel uit bij merken als Regenit onthardingszout, geperste tabletten die in Duitsland worden geproduceerd.
Kristallen of korrels zijn losse zoutkorrels. Ze zijn handig bij toestellen met een smalle vulopening of een pekelbak waarin tabletten moeilijk passen, en ze lossen sneller op. Nadeel: goedkope kristallen met veel onzuiverheden kunnen slib achterlaten. Kijk in je handleiding welke vorm jouw toestel voorschrijft; bij twijfel geven overzichten van Onthardingszout kristallen je een beeld van de verschillen in korrelgrootte en zuiverheid.
Waar je op let bij het kiezen:
- De voorgeschreven vorm in de handleiding van je toestel.
- Het zoutgehalte: 99,8 procent NaCl of hoger is gangbaar voor waterontharders.
- Een certificering voor gebruik in drinkwaterinstallaties.
- De vulopening van je zoutbak, zeker bij toestellen onder het aanrecht.
Onderhoud dat je zelf doet
Een waterontharder vraagt weinig, maar niet niets. Zet deze punten in je jaarplanning.
Elke maand
- Controleer het zoutniveau en vul bij.
- Kijk of er geen harde zoutbrug is ontstaan: een korst zout die boven het water hangt waardoor er geen pekel meer wordt gemaakt. Duw er voorzichtig met een steel doorheen als je een holle ruimte voelt.
Eén à twee keer per jaar
- Controleer de ingestelde hardheid op het toestel en stel bij als je drinkwaterbedrijf andere waarden aangeeft.
- Maak de zoutbak leeg en spoel hem schoon als je bezinksel op de bodem ziet.
- Gebruik een harsreiniger volgens de instructies van de fabrikant. Die haalt ijzer en organisch materiaal uit de hars, waar zout alleen niet bij komt.
- Meet de hardheid na de ontharder met een teststrip. Verandert de waarde flink, dan is er iets aan de hand met de hars of de instelling.
Veelgemaakte fouten
- Keukenzout of strooizout in de zoutbak gooien. Daar zitten antiklontermiddelen, jodium of onoplosbare resten in die de hars en kleppen beschadigen. Gebruik alleen zout dat voor waterontharders bedoeld is.
- De bak tot de rand vullen en dan maanden niets doen. Zout dat lang stilstaat, klontert eerder vast tot een zoutbrug.
- De hardheid te laag instellen. Volledig zacht water is niet nodig en verhoogt je zoutverbruik onnodig. Een restwaarde rond de 6 tot 8 °dH werkt in de praktijk prima.
- Het toestel in een onverwarmde ruimte plaatsen. Bij vorst kan er schade ontstaan aan slangen en behuizing.
- Zakken zout los op een vochtige kelder- of garagevloer leggen. Zet ze op een pallet of plank, anders trekt het zout vocht aan en wordt het één blok.
- Het overstort- en afvoerpunt vergeten. Zonder vrije afvoer kan regeneratiewater niet weg en krijg je lekkage.
Kleine moeite, lange levensduur
Een waterontharder is vooral een onderhoudsapparaat: je investeert er een paar minuten per maand in en bespaart er jaren slijtage aan je cv-ketel, wasmachine en kranen mee. Kies het zout dat je fabrikant voorschrijft, houd de zoutbak schoon en controleer één keer per jaar de instellingen. Dan merk je van kalk eigenlijk alleen nog dat het weg is.


