Een automatische waterpomp schakelt zichzelf in en uit op basis van de waterstand of druk, zonder dat je er zelf aan te pas komt. Dat maakt hem ideaal voor situaties waar je niet continu aanwezig kunt zijn, zoals bij het leegpompen van een kruipruimte, kelder of put. Het kernprincipe is simpel: een vlotter of druksensor detecteert wanneer er actie nodig is en start de pomp automatisch op.
Hoe een automatische waterpomp werkt
De meeste automatische pompen zijn dompelpompen die uitgerust zijn met een vlotter. Die vlotter drijft op het wateroppervlak. Zodra het water een bepaald niveau bereikt, kantelt de vlotter en schakelt de pomp in. Zakt het water ver genoeg weg, kantelt de vlotter terug en stopt de pomp weer. Je hoeft er verder niets voor te doen.
Er zijn vier veelvoorkomende uitvoeringen van de vlotter:
- Interne vlotter: zit verwerkt in de behuizing van de pomp zelf. Compact en handig in smalle of ondiepe ruimtes.
- Externe vlotter aan een kabel: hangt vrij in het water en geeft je meer controle over het in- en uitschakelmoment. Je kunt de kabellengte aanpassen aan de gewenste waterstand.
- Staafvlotter: een langwerpige vlotter die verticaal beweegt langs een gids. Geschikt voor putten met weinig ruimte aan de zijkant.
- Elektronische niveauregelaar: gebruikt geen mechanische vlotter maar elektrische sensoren. Nauwkeuriger, maar ook gevoeliger voor vervuiling.
Naast vlotterpompen bestaan er automatische pompen die werken op druk, zoals de hydrofoorpomp. Die houdt een vaste waterdruk in een leidingnet en schakelt in zodra de druk daalt, bijvoorbeeld als je een kraan opendraait. Dat type is meer geschikt voor watertoevoer dan voor afvoer.
Wanneer kies je voor een automatische waterpomp?
Een automatische pomp is verstandig als water zich herhaaldelijk ophoopt op een plek waar je niet altijd bij bent. Denk aan een kruipruimte die bij regen volloopt, een kelder waar grondwater binnendringt, of een put op het erf. Bij eenmalig gebruik, of als je zelf ter plekke bent en de pomp kunt bedienen, is een handmatige pomp goedkoper en eenvoudiger.
Automatisch werken heeft ook een keerzijde: als de vlotter vastloopt door vuil of kalk, kan de pomp te lang blijven draaien (droogloop) of helemaal niet meer starten. Controleer de vlotter daarom regelmatig, zeker bij vuil of kalkrijk water.
Waar let je op bij de keuze?
Bij het kiezen van een automatische waterpomp spelen een paar praktische factoren een rol:
- Opvoerhoogte: hoe hoog moet het water worden weggepompt? Hoe groter de hoogte, hoe meer vermogen je nodig hebt.
- Capaciteit (m³/uur): hoeveel water moet de pomp per uur kunnen verplaatsen? Dit hangt af van de hoeveelheid water die binnenkomt.
- Inscharkeldiepte: bij een interne vlotter is dat vaak maar een paar centimeter. Wil je ook heel ondiep water kunnen wegpompen, kijk dan naar pompen die al bij 1 tot 2 cm waterstand inspringen.
- Type water: helder regenwater vraagt om een ander type dan modderig grondwater of water met zand. Vuil water beschadigt gewone dompelpompen snel; kies dan een vuilwaterpomp.
- Materiaal: pompen van roestvrij staal of gietijzer gaan langer mee dan goedkope kunststof uitvoeringen, zeker bij continu gebruik.
Een praktisch voorbeeld: een kruipruimte van 50 m² die bij hevige regen 5 cm volloopt, bevat al 2.500 liter water. Een pomp met een capaciteit van 5.000 liter per uur pompt dat in een halfuur weg. Kies in zo’n geval een pomp met een kleine inschakeldiepte, zodat ook het laatste beetje water wordt verwijderd.
Automatische dompelpomp vs. pomp met externe vlotter
Een pomp met een ingebouwde vlotter is makkelijk te plaatsen en neemt weinig ruimte in. Het nadeel is dat je minder kunt instellen: de niveaus waarop de pomp in- en uitschakelt, liggen vast. Een pomp met een externe vlotter aan een kabel geeft je meer vrijheid. Je bepaalt zelf op welke waterstand de pomp start en stopt, simpelweg door de kabel langer of korter af te stellen. Dat is handig als je wilt voorkomen dat de pomp te vroeg uitschakelt of juist te lang doordraait.
Voor een standaard kruipruimte of kelder voldoet een compacte pomp met interne vlotter in de meeste gevallen goed. Heb je te maken met wisselende omstandigheden of een grotere put, dan verdient een externe vlotter de voorkeur.
Een automatische waterpomp spaart je veel gedoe en geeft rust, maar vraagt wel om periodiek onderhoud. Controleer de vlotter, reinig de filterrooster en zorg dat er geen vuil de schakelaar blokkeert. Doe je dat, dan gaat een goede pomp jaren mee zonder problemen.


