Dieptepomp voor grondwater: zo kies je de juiste pomp

Een dieptepomp voor grondwater pompt water op uit een waterput of boorput, vaak op een diepte van enkele meters tot tientallen meters. De pomp wordt onder water geplaatst, werkt volledig ondergedompeld en transporteert grondwater omhoog via een stijgbuis. Dit maakt een dieptepomp geschikt voor situaties waar een gewone oppervlaktepomp tekortschiet, bijvoorbeeld omdat het grondwater te diep zit om aan te zuigen.

Het verschil met een gewone tuinpomp is groot. Een oppervlaktepomp kan water maximaal zo’n 7 tot 8 meter hoog aanzuigen. Zit het grondwater dieper? Dan heb je een dieptepomp nodig. Die wordt in de put gehangen en duwt het water omhoog, in plaats van dat hij het trekt. Dat principe maakt hem geschikt voor putten van 20, 30 of zelfs meer dan 50 meter diep.

Hoe werkt een dieptepomp voor grondwater?

Een dieptepomp bestaat uit een motor en een pomp die samen in één behuizing zitten. De motor drijft een of meerdere centrifugaalwielen aan die water aanzuigen via een aanzuigrooster aan de onderkant. Het water stroomt door de pomp omhoog en wordt via een drukleiding of stijgbuis naar het maaiveld of een voorraadvat gepompt. Omdat de pomp zelf in het water hangt, heeft hij geen last van het vacuüm-limiet dat gewone pompen beperkt.

De elektromotor is bij goede dieptepompen hermetisch afgesloten tegen water. Koeling van de motor vindt plaats door het omringende grondwater. Dat betekent wel dat de pomp nooit droog mag draaien: zonder water om de motor heen overkromt hij snel. Een droogloopbeveiliging is dan ook een nuttige extra, zeker als je put niet altijd voldoende water geeft.

Wanneer kies je voor een dieptepomp op grondwater?

Een dieptepomp is de logische keuze in een paar concrete situaties. De meest voorkomende is een eigen waterput voor beregening van de tuin, het vullen van een vijver of het spoelen van toiletten met grondwater. Ook voor waterwinning op een boerderij of recreatieterrein wordt een dieptepomp ingezet. Als je grondwater wilt gebruiken als drinkwater, gelden er extra eisen: de waterkwaliteit moet dan worden getest en goedgekeurd.

Een dieptepomp is juist niet nodig als het grondwater op minder dan 6 à 7 meter diepte zit. In dat geval volstaat een zelfaanzuigende oppervlaktepomp of een onderwaterpomp voor ondiep water, die goedkoper en eenvoudiger te onderhouden is. Zit het water dieper dan 8 meter, dan is een dieptepomp praktisch gezien de enige optie die betrouwbaar werkt.

Waarop letten bij de keuze van een dieptepomp?

Er zijn vier technische punten die je echt moet nakijken voor je een dieptepomp koopt voor grondwater:

  • Putdiameter: de pomp moet in je put passen. Gangbare putdiameters zijn 4 inch (circa 100 mm) of 6 inch (circa 150 mm). Controleer dit voor je een pomp bestelt.
  • Opvoerhoogte: dit geeft aan hoe hoog de pomp water kan transporteren. Een pomp met 40 meter opvoerhoogte pompt water uit een put van 30 meter diep naar een kraan op de begane grond zonder problemen, maar check altijd de hydraulische weerstand van je leidingwerk erbij.
  • Debiet (capaciteit): uitgedrukt in liter per uur of kubieke meter per uur. Voor tuinberegening heb je al snel 2.000 tot 4.000 liter per uur nodig. Let op dat het debiet van de pomp niet hoger is dan wat je put per uur kan aanvullen (de putcapaciteit), anders zuig je de put leeg.
  • Motorvermogen en voedingsspanning: kleinere dieptepompen werken op 230 volt (normaal stopcontact), grotere modellen op 400 volt (drie-fase). Voor thuisgebruik is 230 volt in de meeste gevallen voldoende.

Een droogloopbeveiliging en een ingebouwde terugslagklep zijn handige extra’s. De terugslagklep voorkomt dat water bij het uitschakelen terugstroomt in de put, waardoor de pomp telkens opnieuw moet opstarten. Dat beschermt de motor op de lange termijn.

Dieptepomp installeren: de hoofdlijnen

Installatie doe je in een paar stappen. De pomp wordt vastgemaakt aan een roestvrijstalen draadkabel of aan de stijgbuis zelf, en vervolgens in de put neergelaten tot boven de bodem. Houd minimaal een halve meter afstand van de putbodem om te voorkomen dat de pomp zand en slib aanzuigt. De stroomkabel wordt mee naar boven geleid en aangesloten op een schakelkast of pressostaat, die de pomp automatisch aan- en uitzet op basis van de druk in het systeem.

Laat een elektrische aansluiting altijd uitvoeren door een erkend installateur. Bij pompen op 230 volt kun je de overige installatie in veel gevallen zelf doen, maar veiligheid en waterdichte verbindingen vereisen zorgvuldigheid. Zorg ook dat je de regels rondom grondwatergebruik in jouw gemeente kent: in sommige gevallen is een vergunning of melding verplicht voor het onttrekken van grondwater, zelfs voor eigen gebruik.

Veelgemaakte fouten bij gebruik van een dieptepomp op grondwater

De meest gemaakte fout is een pomp kiezen met een te hoog debiet voor de putcapaciteit. De put raakt dan leeg, de pomp zuigt lucht aan en brandt door. Informeer van tevoren hoe snel je put zich aanvult, of laat een putmeting doen. Een tweede veelgemaakte fout is de pomp zonder beschermkabel ophangen: als de pomp vastloopt of de kabel trekt, kan de pomp in de put vallen. Bevestig de pomp altijd aan een aparte roestvrijstalen kabel die aan de rand van de put is verankerd.

Vergeet ook het onderhoud niet. Grondwater bevat vaak kalk, ijzer of zand, afhankelijk van je regio. Bij hoog ijzergehalte kan de pomp sneller dichtslibben. Spoel de pomp en leidingen periodiek door en laat de waterkwaliteit regelmatig controleren als je het water intensief gebruikt.

Een dieptepomp voor grondwater is een betrouwbare en energiezuinige manier om water op te pompen uit een eigen put, zolang je de juiste pomp kiest voor je putdiepte en waterafname. Kijk kritisch naar putdiameter, opvoerhoogte en debiet, zorg voor een droogloopbeveiliging en check de lokale regels voor grondwateronttrekking. Dan heb je jarenlang plezier van je installatie.

Scroll naar boven