Het grondwaterpeil geeft aan hoe diep het water onder de grond zit. Is dat peil hoog, dan staat het grondwater dicht bij het maaiveld. Is het laag, dan moet je dieper graven om water te vinden. Dit klinkt simpel, maar het grondwaterpeil heeft grote gevolgen: voor natuur, landbouw, funderingen van huizen en drinkwatervoorziening.
Volgens de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat waren de grondwaterstanden in heel Nederland naar schatting rond september 2026 uitzonderlijk laag door een droge zomer. Dat laat zien hoe snel het peil kan zakken en waarom het belangrijk is dit te begrijpen.
Wat bepaalt het grondwaterpeil?
Grondwater is regenwater dat langzaam door de bodem zakt en zich ophoopt in zogenoemde watervoerende lagen. Het peil stijgt als er meer neerslag valt dan verdampt. Het daalt als de verdamping hoog is, de neerslag laag is, of als er veel water wordt opgepompt. Bij een droge zomer kunnen alle drie die factoren tegelijk optreden, wat het peil snel naar beneden trekt.
De bodemsoort speelt ook een grote rol. In zandgrond zakt water snel de diepte in, zodat het peil na regen snel stijgt én snel weer daalt. In kleigrond gaat dit veel trager. Veengebieden hebben een bijzondere positie: veen houdt water vast, maar droogt bij een lang laag peil onomkeerbaar uit en krimpt daarna. Dit is in grote delen van West-Nederland een serieus probleem.
Hoe wordt het grondwaterpeil gemeten?
Het peil wordt gemeten in peilbuizen: dunne buizen die verticaal in de grond zijn geplaatst. Met een meter of sensor wordt gemeten hoe hoog het water in de buis staat. Rijkswaterstaat en de waterschappen beheren duizenden van deze meetpunten door heel Nederland. De resultaten zijn openbaar en te volgen via de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat en het Landelijk Grondwater Register.
De meting wordt uitgedrukt in meters ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Een grondwaterstand van “min 2 meter NAP” betekent dat het grondwater twee meter onder zeeniveau staat. In laag Nederland zijn zulke waarden gewoon; in hogere zandgronden kan de grondwaterstand ook boven NAP liggen.
Wanneer is het grondwaterpeil te laag?
Er is geen universele grens, want wat “te laag” is, hangt af van het gebruik van het land en de bodemsoort. Voor landbouw op zandgrond geldt globaal dat een grondwaterstand dieper dan 1,5 à 2 meter onder maaiveld gewasschade kan veroorzaken, omdat de wortels het water dan niet meer bereiken. Voor natuur in veengebieden is al een daling van enkele tientallen centimeters schadelijk.
Voor gebouwde omgeving is een laag grondwaterpeil direct gevaarlijk. Veel oudere huizen in Nederland staan op houten palen. Die palen rotten weg als ze droogvallen. Een langdurig laag peil kan funderingsschade veroorzaken die per woning kan oplopen tot tienduizenden euro’s aan herstelkosten.
Wanneer is het grondwaterpeil te hoog?
Een te hoog grondwaterpeil veroorzaakt wateroverlast in kelders, natte akkers en verzadigde tuinen. In stedelijke gebieden kan hoge grondwaterstand ook funderingen aantasten, maar dan door andere oorzaken zoals schimmelvorming. Na een natte periode of bij onvoldoende drainage stijgt het peil snel, zeker in polders met weinig afvoermogelijkheden.
Waterschappen reguleren het peil actief door water in te laten of juist af te pompen. In poldergebieden is dit een continue balancing act. In droge zomers laten waterschappen soms extra water in vanuit rivieren om het peil op peil te houden, letterlijk.
Het grondwaterpeil en klimaatverandering
Drogere zomers zorgen structureel voor lagere grondwaterstanden. Tegelijk nemen natte winters toe, maar die aanvulling is niet altijd voldoende om de zomertekorten te compenseren. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) verwacht dat droogteperiodes in de toekomst vaker en langer zullen voorkomen. Dat betekent dat grondwaterpeilen gemiddeld lager komen te liggen dan historisch gebruikelijk was.
Dat heeft gevolgen voor drinkwaterwinning. Veel drinkwater in Nederland wordt gewonnen uit grondwater, vooral in de oostelijke en zuidelijke provincies. Als het peil structureel daalt, moet er meer moeite worden gedaan om voldoende water te winnen, of moet er worden gezocht naar alternatieve bronnen.
Wat kun je zelf doen bij een laag of hoog grondwaterpeil?
- Controleer via de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat of in jouw regio sprake is van een laag grondwaterpeil.
- Heb je een woning op houten palen? Laat de funderingsstaat periodiek controleren, zeker in gebieden met droogteproblematiek.
- Bewaar regenwater in een ton of cisterne voor gebruik in droge periodes. Dit vermindert de druk op grondwaterwinning.
- Leg geen tegels maar doorlatende bestrating aan, zodat regenwater de grond in kan zakken in plaats van direct weg te stromen.
- Heb je last van hoge grondwaterstand? Neem contact op met het waterschap in jouw regio. Zij kunnen adviseren over drainage of peilbeheer.
Het grondwaterpeil is geen abstract gegeven voor specialisten; het raakt direct aan dagelijks leven, wonen en natuur. Wie begrijpt hoe het peil werkt en waarop het reageert, kan tijdig signalen herkennen en zinnige keuzes maken, of het nu gaat om je tuin, je huis of het land dat je beheert.


