De grondwaterstand geeft aan hoe hoog het water in de bodem staat, gemeten vanaf het maaiveld of een vaste referentiehoogte. In Nederland wordt dit continu gemeten via een netwerk van peilbuizen verspreid over het hele land. Die stand bepaalt of je tuin droog staat, of een kelder onder water loopt en of boeren genoeg water hebben voor hun gewassen.
De grondwaterstand is geen vast gegeven. Hij schommelt met de seizoenen, met de hoeveelheid neerslag en met de manier waarop water wordt onttrokken aan de bodem. In natte winters stijgt het grondwater, in droge zomers daalt het. Dat klinkt logisch, maar de gevolgen kunnen groot zijn voor huizen, natuur en landbouw.
Hoe wordt de grondwaterstand gemeten?
Meting gebeurt via peilbuizen: smalle buizen die verticaal in de grond worden gezet. Het water in de buis staat op hetzelfde niveau als het grondwater in de omgeving. Een bekende meetlocatie is peilbuis 74831 in Veenendaal, die onderdeel is van het landelijke meetnetwerk van Rijkswaterstaat. De meetdata zijn openbaar te bekijken via de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat op waterberichtgeving.rws.nl.
De meetwaarden worden omgezet in een zogenoemde SGI-1 score (Standardized Groundwater Index). Die score vergelijkt de huidige stand met het historische gemiddelde op dezelfde plek en hetzelfde moment in het jaar. Een score rond nul betekent normaal; een lage negatieve score wijst op een opvallend lage grondwaterstand.
Wat beïnvloedt de grondwaterstand?
Neerslag is de belangrijkste aanvullingsbron. Regenwater dat in de bodem trekt, vult het grondwater langzaam aan. Hoe snel dat gaat, hangt af van de bodemsoort. Zandgrond laat water snel door; klei- en veengrond houdt water langer vast en laat het minder goed door. In veen- en kleigebieden reageert de grondwaterstand daardoor trager op regen dan op zandgronden.
Naast neerslag spelen ook menselijke activiteiten een grote rol. Waterwinning voor drinkwater, landbouwirrigatie en industrieel gebruik onttrekken water aan de bodem. Tegelijk zorgen drainage en sloten voor een gecontroleerde afvoer. Hoe meer water er wordt onttrokken of afgevoerd zonder aanvulling, hoe lager de stand kan zakken.
Verdamping is een derde factor. In de zomer verdampt er meer water via planten en van het bodemoppervlak, terwijl er minder regen valt. Dat is de reden waarom de grondwaterstand doorgaans het laagst is aan het einde van de zomer, vaak ergens in september of oktober.
Gevolgen van een te lage of te hoge grondwaterstand
Een te lage grondwaterstand heeft direct gevolg voor houten funderingen onder oudere huizen. Houten palen die normaal onder water staan, beginnen te rotten zodra ze droogvallen. Dat is een concreet probleem in stedelijke gebieden in Nederland, waar veel panden uit de 19e en vroege 20e eeuw op houten palen zijn gebouwd. Zakking en scheuren in muren zijn vaak het eerste zichtbare gevolg.
Voor de natuur betekent lage grondwaterstanden dat grondwaterafhankelijke vegetatie verdwijnt. Natte heide, veenmoerassen en kwelgebieden zijn afhankelijk van een stabiel hoog grondwaterpeil. Verdroging is een van de grootste bedreigingen voor dit type natuur in Nederland.
Een te hoge grondwaterstand brengt andere problemen. Kelders en kruipruimten komen onder water te staan. Landbouwpercelen worden te nat om te bewerken. En in stedelijke gebieden kan hoge grondwaterstand leiden tot opbarsten van bestrating of problemen met riolering.
De grondwaterstand en droogte in Nederland
Na meerdere droge zomers op rij (met name 2018, 2019 en 2022) is de aandacht voor grondwaterstanden sterk toegenomen. In die jaren daalde de grondwaterstand op veel plekken naar historisch lage niveaus. Rijkswaterstaat volgt dit via de Droogtemonitor, die real-time inzicht geeft in de situatie per regio en per meetpunt. Die monitor laat ook zien hoe de stand zich verhoudt tot historische gemiddelden.
Herstel na droogte duurt langer dan veel mensen denken. Eén natte winter is niet genoeg om een tekort van meerdere jaren goed te maken. Het grondwaterreservoir vult zich langzaam, laag voor laag.
Wat kun je zelf doen?
Als huiseigenaar heb je beperkte maar zinvolle mogelijkheden. Minder verharding in de tuin helpt regenwater sneller de bodem in te trekken. Een groenere tuin met waterdoorlatende bestrating draagt bij aan betere infiltratie. Heb je een houten fundering? Check regelmatig of de grondwaterstand in jouw straat niet te laag staat. Veel gemeenten bieden funderingsinformatie aan via eigen portals of via de Funderingsherstel-loket.
De grondwaterstand is een onzichtbaar maar bepalend onderdeel van hoe Nederland met water omgaat. Of het nu gaat om droogte, overlast of de staat van je fundering: weten waar het grondwater staat, geeft je eerder inzicht in wat er mogelijk aankomt.


