Een infiltratiesysteem voor regenwater zorgt ervoor dat regenwater dat op daken of verharde oppervlakken valt, gecontroleerd de grond in stroomt in plaats van rechtstreeks naar het riool te gaan. Dat is slim: het vermindert de belasting op het riool bij hevige buien, vult het grondwater aan en kan wateroverlast in tuinen en straten voorkomen. De meest gebruikte oplossingen zijn infiltratiekratten, infiltratiebuizen en wadi’s, afhankelijk van de ruimte en het bodemtype.
Hoe een infiltratiesysteem voor regenwater werkt
Het basisprincipe is eenvoudig. Regenwater van het dak of de oprit wordt via een regenpijp of drain naar een ondergrondse voorziening geleid. Daar verzamelt het zich tijdelijk, waarna het langzaam door de bodem sijpelt. De bodem fungeert als natuurlijk filter. Zo komt het water uiteindelijk terecht in het grondwater, in plaats van het riool te belasten.
De snelheid waarmee het water de bodem intrekt, hangt af van de doorlatendheid van de grond. Zandgrond laat water veel sneller door dan kleigrond. Op locaties met slechte doorlatendheid werkt een infiltratiesysteem minder goed, of is een aanvullende voorziening nodig, zoals een overloop naar het riool of een bufferlaag van grind.
Infiltratiekratten: de populairste optie
Infiltratiekratten zijn rechthoekige, holle kunststof blokken die je ondergronds plaatst. Ze hebben een hoog volume in verhouding tot hun gewicht, waardoor ze weinig grond innemen maar veel water kunnen bufferen. Een doorsnee krat heeft een inhoud van ongeveer 150 tot 300 liter. Door meerdere kratten aan elkaar te koppelen, vergroot je de totale bufferruimte naar wens.
De kratten worden omgeven door een waterdoorlatend geotextiel, een soort filterdoek. Dat doek houdt gronddeeltjes buiten en voorkomt dat de kratten dichtslibben. De levensduur van een goed aangelegd systeem met kratten bedraagt in de praktijk tientallen jaren, mits het doek correct aangebracht is en er een goed filter op de instroomzijde zit.
Een veelgemaakte fout is het aansluiten van kratten zonder voorfilter. Bladeren, zand en ander vuil verstoppen het systeem dan na verloop van tijd. Gebruik altijd een bladkorf of bezinkput als eerste schakel in de installatie.
Andere typen infiltratiesystemen
Naast infiltratiekratten zijn er meer oplossingen voor het infiltreren van regenwater:
- Infiltratiebuizen: geperforeerde buizen die je horizontaal in de grond legt, omgeven door grind en geotextiel. Geschikt voor smallere stroken grond, bijvoorbeeld langs een oprit.
- Infiltratieput: een verticale put met geperforeerde wanden. Water stroomt vanuit de put de grond in. Handig op kleine percelen, maar gevoeliger voor verstopping dan kratten.
- Wadi: een ondiep, begraasd greppeltje of laagte in het groen. Water staat er tijdelijk in en trekt dan weg. Vooral gebruikt in openbare ruimte, maar ook in grote tuinen toepasbaar.
- Doorlatende verharding: bestrating van grind, grasbetontegels of waterdoorlatend asfalt waardoor regenwater direct op de plek van neerslag de grond in trekt. Geen ondergronds systeem nodig.
De keuze tussen deze systemen hangt af van de beschikbare ruimte, het dakoppervlak dat afgekoppeld wordt en de grondsoort. Op zware kleigrond is een combinatie van kratten met een overloopbuis naar het riool vaak veiliger dan volledig vertrouwen op infiltratie.
Waar moet je op letten bij de aanleg?
Een infiltratiesysteem voor regenwater slaagt of mislukt grotendeels bij de voorbereiding. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten:
- Infiltratieproef: meet hoe snel water wegzakt in jouw bodem voordat je iets aanschaft. Graaf een gat van 30 bij 30 centimeter, vul het met water en kijk hoe snel het wegtrekt. Blijft water meer dan een dag staan, dan is standaardinfiltatie niet haalbaar.
- Benodigde bufferinhoud: reken met de vuistregel dat je per vierkante meter aangesloten dakoppervlak minimaal 25 tot 50 liter buffervolume nodig hebt, afhankelijk van lokale neerslagintensiteit.
- Diepte en ligging: leg kratten minimaal 30 centimeter onder het maaiveld, maar boven de gemiddelde grondwaterstand. Te dicht op het grondwater werkt averechts.
- Vergunning: in de meeste gemeenten is geen vergunning nodig voor kleinschalige infiltratie op eigen terrein, maar check dit van tevoren. Sommige gemeenten geven zelfs een subsidie voor het afkoppelen van regenwater van het riool.
- Onderhoud: spoel de voorfilter minstens één keer per jaar door en verwijder bladeren uit de bladkorf. Kratten zelf vragen nauwelijks onderhoud als het systeem goed is aangelegd.
Kosten van een infiltratiesysteem voor regenwater
De prijs van infiltratiekratten voor particulier gebruik loopt naar schatting in 2026 uiteen van ongeveer 20 tot 60 euro per krat, afhankelijk van het volume en de kwaliteit. Voor een gemiddeld woonhuis met een dakoppervlak van 80 tot 100 vierkante meter heb je al snel 8 tot 15 kratten nodig, plus geotextiel, een bezinkput en aansluitmateriaal. Materiaalkosten liggen dan al gauw tussen de 300 en 700 euro. Laat je de aanleg door een aannemer doen, reken dan extra voor grondwerk, afhankelijk van de diepte en bereikbaarheid.
Gemeentelijke subsidies kunnen een deel van die kosten terugbrengen. Veel gemeenten stimuleren afkoppeling actief, omdat het de riolering ontlast. Het Nationaal Milieu Platform en gemeentelijke websites geven actuele informatie over lokale regelingen.
Een infiltratiesysteem voor regenwater is geen ingewikkelde technologie, maar vraagt wel een goede voorbereiding. Meet de doorlatendheid van je bodem, dimensioneer het systeem op het dakoppervlak dat je afkoppelt en zorg voor een goede voorfiltering. Dan heb je een systeem dat jarenlang probleemloos werkt en bij elke bui bijdraagt aan minder water op straat en meer water in de bodem.


